De Nederlandse landbouwsector geniet internationale bekendheid vanwege haar hoge intensiviteit en gigantische exportvolume. Lange tijd waren we zelf voornamelijk trots op de uitzonderlijke productiecijfers van ons boerenland. Inmiddels hebben er flink wat verschuivingen plaatsgevonden in het maatschappelijke debat. Burgers, activistische clubs en politieke partijen roepen met campagnes op tot verduurzaming. Met de door het Ministerie van Landbouw gepresenteerde Kringloopvisie wil ook de overheid natuurvriendelijk en circulair stimuleren. Al met al vergt dit nieuwe bedrijfsmodellen en flexibiliteit van voedselproducenten. Hoe is het voor hen om hun bedrijf om te gooien? Melkveehouders Wilko en Hermien Kemp schakelden anderhalf jaar geleden om naar biologisch en blikken terug. “Bioboer word je niet van de één op de andere dag.”
Bedrijf van de toekomst
Om koeien te zien hoef je bij familie Kemp de stal niet in. Hun keuken alleen al staat er bomvol mee: koeienschilderijen aan de muur, koeienbeeldjes in de kast, koeienkopjes op tafel. Als de koffie voorzien is van een scheutje verse melk begint ons gesprek. Wilko vertelt over de periode vóór de omschakeling. “Je wordt wel eens gevraagd: is het niet iets voor jullie, dat bio-boeren? In het begin wuifde ik dat weg. Ik vond het geitenwollensokken-achtig. Tot ik op excursie ging naar een biologisch bedrijf en positief verrast was. Ik had magere koeien verwacht, maar ze zagen er gezond uit. Het grasland was acceptabel. Minder strak, maar zeker niet verwaarloosd.” Hermien: “Toen zijn we in het gezin gesprekken gaan voeren. Onze kinderen zijn de volgende generatie, dus dat stond voor ons op één. Zien zij het zitten? We hebben de voordelen en nadelen afgewogen en ook wel flinke discussies gehad. Uiteindelijk bleek dat zij er toekomst in zagen en zijn we het traject gestart.”
“Eerst vond ik biologische boerderijen geitenwollensokken-achtig”
Financiële onzekerheid
Wilko: “Wat er dan op je afkomt moet je niet onderschatten. Vanaf de zijlijn hoor je veel mensen zeggen dat het beter moet. Boeren moeten biologisch worden, roepen ze op internet. En dat we stug zijn als we niet willen. Nou, allereerst moet je dus minstens 1,5 jaar lang een biologisch bedrijf runnen voordat je de biologische melkprijs krijgt. Dus in die hele periode geef je je land geen kunstmest, heb je minder grasopbrengst, voer je je koeien duur biologisch voer terwijl je nog steeds de lagere, gangbare prijs voor je melk krijgt. Dat is een enorme investering. Tegelijkertijd heb je niet de garantie dat je afnemer daadwerkelijk betalen gaat voor je biologische product. FrieslandCampina zei ons op het laatste moment van de overgangsperiode bijna af, omdat er toch te weinig vraag was naar biologisch. Inmiddels hadden we het hele bedrijf al omgegooid en waren we 80.000 euro verder. Dan word je wel even bang.”
Van onkruid naar kruid
Hermien: “Daar komt nog bij kijken dat je een hele andere gedachtegang moet creëren. Wij zijn grootgebracht met het idee ‘zie je een distel? Pak de spuit, en hup, weg ermee’. Nu moet ik tegen mezelf zeggen: ‘nee Hermien, staan laten die distel, want hommels, bijen en andere insecten moeten daar honing uithalen’. Het is een knop die je moet omzetten, dat lukt niet van de één op de andere dag.” Wilko: “Je weet als je eraan begint natuurlijk wel dat meer onkruid in je land erbij hoort, maar in de omschakelperiode heb ik best vaak nachtmerries gehad. Dat je gewoon midden in de nacht wakker wordt en denkt: waar ben ik mee bezig, straks loopt mijn hele weiland vol met distels, zuring en brandnetels…” Hermien: “Inmiddels zijn we anderhalf jaar verder. Het bioboeren is meer ons ding geworden.” Wilko: “We pachten grond van Natuurmonumenten en dat land is allesbehalve strak. Wat ik voorheen als onkruid zag, probeer ik nu als kruid te zien. Ik weet dat de ecologen er blij mee zijn en herken ook steeds meer. Langzamerhand begin je er dan zelf ook de lol van in te zien.”
“Nu moet ik tegen mezelf zeggen: ‘laat staan die distel, want hommels, bijen en andere insecten moeten daar hun honing uithalen’…”
Nieuwe maaigewoontes leren
Wilko: “Neem bijvoorbeeld ook het maaien. Mijn vader maaide vroeger alles, écht alles. Hij stapte zelfs van de trekker af om de hoekjes aan de rand van het land bij te snijden met een zeis. Dat is ook wat hij mij leerde: waarom zou je kostbaar gras laten staan? Als ik in de lente op de trekker zit is nog steeds mijn eerste gedachte: hoe kan ik álles maaien? Het kriebelt dan, vind je het gek als je het je hele leven zo gedaan hebt? Afgelopen jaren moest ik dat veranderen. Nu kan ik denken: ‘hé, dat is goed voor de insecten of dat hoekje is een mooie schuilplaats voor de vossen’. Het lukt me inmiddels om het te laten staan en hamer bij mijn eigen zoons niet meer op het maaien van hoekjes.” Hermien: “Van mij mag dát wel meer onder de aandacht komen: biologisch worden is een heel proces. Voor je bedrijf, voor je gezin, maar ook voor je eigen hoofd. Het is niet één keer met je vingers knippen en biologisch zijn!”
Dit interview is gebaseerd op een fragment uit mijn masterscriptie ‘Boer in hart en nieren: Multisensoriële kennis op en rondom de boerderij’. Voor mijn antropologisch onderzoek woonde en werkte ik begin 2019 3 maanden op een melkveehouderij in Kortenhoef midden in het veenweidegebied tussen Amsterdam en Utrecht. Het onderzoek richtte zich op de positie van de boer in de samenleving en de rol van boerenkennis. Mijn volledige scriptie is op aanvraag beschikbaar.

