Wat opvalt in ons dorp #7: Zitten op ZETTEN

Onlangs moest ik voor mijn werk kunstenaar Jos van Doorn interviewen. Een eigenzinnig figuur wonend in Slijk-Ewijk: typetje houthakkersblouse, pretoogjes, al sigaren rokend over zijn inspiratiebronnen mompelend. Wat trouwens Gaudí en Dalí zijn, dat je het even weet.

Zijn kunstwerken zijn bombastisch te noemen. Een stier bekleed met stukgeslagen porselein. Of een ‘totem’ waaraan speelgoedbaby’s ronddraaien. Ronduit fascinerend. En ik hoor jullie denken: allemaal leuk en aardig, maar wat heeft die kwibus met Zetten te maken? Heb geduld!

Elke Hemmenaar en Zettenaar kent de betonnen koeienletters op het Julianaplein wel. Je ziet ze aan beide kanten, zowel bij bakkerij Hendriksen als tegenover bloemisterij De Blauwe Steen. ‘ZETTEN’, zodat geen enkele bezoeker zich ooit vergist over het dorp waarin ‘ie zich bevindt.

Mijn zoontje vindt ze fantastisch. Vooral het trucje om van de ene naar de andere letter te springen. Eerst nog mét handje van mama, nu liever zonder: “ik kan het zelf, hoor.” Dus sta ik erbij en kijk ik ernaar en houd ik vooral bij de grote stap van de hoge T mijn adem in. Tot zover nog geen valpartijen: even afkloppen.

Ik heb wel eens gedacht: is dit eigenlijk de bedoeling? Dat is met kunst in de openbare ruimte vaker de vraag: wat ‘hoort’ wel en wat niet? In een museum gooien ze je er doorgaans uit als je op de werken wil stampen (uitzonderingen daargelaten). Ik besloot dus dat het tijd werd voor uitleg van de kunstenaar in hoogst eigen persoon: Jos van Doorn.

Ja, het was die artistiekeling uit Slijk-Ewijk die het ooit maakte. En me ook geruststelde: de Zetten-letters zijn nadrukkelijk bedoeld als ‘straatmeubilair’. ,,Om tegenaan te hangen, een visje van de viskraam op te eten of een dutje te doen wat mij betreft”, aldus de kunstenaar. ,,Sterker nog”, vervolgde hij, “als het niet aangewezen was als zitobject, was het er überhaupt nooit gekomen.”

Hoe dat zit? Halverwege de jaren ’90 zat Van Doorn bij een kunstadviescommissie van de gemeente Overbetuwe. De commissie wilde het Zettense straatbeeld opfleuren. Zónder budget voor kunst. Wél was er een potje voor straatmeubilair. Van Doorn pakt de klus op, ‘alsnog tegen een habbekrats’, maar met net genoeg om mee aan de slag te gaan.

In zijn atelier maakte hij houten mallen van de letters. ,,En ik hoefde van de plaatsnaam met 6 letters maar 3 mallen te maken, dat scheelde een hoop”, aldus Van Doorn. ,,De E en de T en de Z, die omgedraaid ook de N is. De eerste T maakte ik wat hoger, zodat het als tafel kon fungeren.”

Hij goot eigenhandig het beton in de mallen. ,,En gelukkig maar dat ik geen O hoefde te maken, met een gat in het midden was het nogal ingewikkeld geworden.” Nu ben ik zelf overigens ook blij dat ons dorpje Zetten in plaats van Zotten heet, al kunnen ook wij de bloemetjes best goed buitenZetten (snap je).

Terug naar de kunst. Vandaag liep ik weer over het plein en zag ik er drie 14-jarige HPC-leerlingen op vertoeven. Jens uit Herveld, Fedde uit Zetten en Adrin uit Dodewaard. Ze waren aan het ‘chillen tijdens een tussenuur’, vertelden ze. “Ons vaste plekje.” Hun fietsen ernaast, en broodjes en jellybeans uitgespreid over de hoge T.

Het tafereel stemde me vrolijk. Zonder dat de jongens het wisten, was dit namelijk precíes wat de kunstenaar 30 jaar geleden voor ogen had gehad.