(On)gelukslaan 13 – Agnes: ‘Wees dankbaar voor wat je wél hebt’

Agnes heeft een rijk sociaal leven, zegt ze direct als ik op de stoep sta bij haar mooie woning in Hemmen. Of ik morgen kan terugkomen. Als ik de volgende dag aanbel, heeft ze opnieuw bezoek. Soms is het nu eenmaal de zoete inval op de dorpsstraat 13. 

Maar dat hindert niet, zegt ze, ze kan best even praten in de tuin. Dan kan ik daar – met zicht op groen – gelijk zien waarom ze zo van deze plek houdt. ‘Kijk om je heen, dan weet je genoeg’, zegt ze. ‘De ruimte, de natuur. Soms is het in de avonden zó stil, dan hoor je helemaal niks.’

Die vrijheid is ze gewend van haar jeugd, vertelt ze. Ze groeide op een boerderij in Driel op. Haar man Simon Valkenier komt uit Zetten, waar zijn familie een groentewinkel had. Zes jaar geleden verhuisden Agnes en Simon hierheen vanuit Driel. Waar ze – geheel toevallig – jarenlang naast ‘dertieners’ en voormalig Drielenaren Thea en Stan woonden, die eerder in deze rubriek stonden.

Agnes’ schoonmoeder verhuisde destijds naar een verzorgingstehuis: het Hemmense huis had dus een nieuwe bewoner nodig. Agnes en Simon wilden er dolgraag wonen, al is dat geen vanzelfsprekendheid in Hemmen, benadrukt ze.

De huizen op het landgoed zijn van Stichting het Lijndensche Fonds voor Kerk en Zending: Agnes en Simon stonden al 25 jaar op een wachtlijst. Eigenlijk al vanaf het bezoek dat zij bij hun schoonmoeder op visite kwamen en zich realiseerden dat het een prachtig plekje is.

Af en toe kregen ze in die jaren een ander huis aangeboden, dat ze aan hun neus voorbij lieten gaan. Op dit huis reageren ze direct, maar of ze het krijgen zouden? Het verlossende antwoord kwam per brief. ‘Keurig opgemaakt, zoals het hoort bij het landgoed. Best spannend om te openen. Toen we lazen dat wij het geworden waren, sprong ik een gat in de lucht.’

Als nieuwkomers in de dorpsstraat bliezen ze nieuw leven in de jaarlijkse buurtbarbecue, blikt Agnes terug. ‘Deze was buurtgenote Wilma van Lavieren ooit al begonnen, maar lag toen al een paar jaar stil. We vinden dat leuk: zo’n barbecue geeft toch samenhang en connectie met de buurt.’

Die connectie uit zich in letten op elkaar en helpen waar nodig. ‘Als er wat is, lopen we gewoon bij elkaars langs. We durven elkaar om hulp te vragen.’ Zo woont er ook een oudere dame, die laatst opgehaald moest worden bij een revalidatiecentrum. ‘Dat doe je dan gewoon. Niet alleen ik hoor, zo doet iedereen dat hier.’

Dat ze op nummer 13 woont, is eigenlijk nog nooit in haar opgekomen. ‘Pas toen jij het gisteren zei’, bekent ze. ‘Toen zei ik tegen Simon: ‘heb jij daar ooit over nagedacht?’ Hij ook niet. Misschien zijn we daar wat te nuchter voor, hoor. En ik zou níets negatiefs kunnen zeggen over deze plek.’

Geluk ervaart ze in grote mate. Niet dat het leven altijd loopt hoe je het hebben wil, voegt ze daar wel aan toe. ‘We hebben in de familie veel meegemaakt en ook verdriet gehad. We hebben zelf vier kinderen en één daarvan verloren we met vier weken oud. Zoiets vergeet je nooit. Wees dankbaar voor wat je wél hebt, besef je je daardoor maar al te goed.’

Agnes heeft inmiddels acht kleinkinderen en ze past met liefde op. ‘Ik ben katholiek opgevoed, maar ben nu niet meer gelovig’, besluit ze. ‘Wel geloof ik dat de manier waarop je leeft heel belangrijk is. Met fatsoen, respect en dankbaarheid. Dát mogen ze van mij wel als religie invoeren.’