Verhalen
Lees hier één van mijn verhalen
De Gelderlander
Wat ligt daar langs de A50 bij Valburg? Vijf enorme geulen vol water, elk 300 meter lang. Het lijken gigantische badkuipen in het weiland. Met hulp van vrijwilligers liet de eigenaar, boer Eric den Bruinen, het gebied expres onder water lopen. De Gelderlander trok de laarzen aan en mocht bij wijze van uitzondering mee het perceel op.
Het is als het ware een badkuip mét een stop. Alleen is die ‘stop’ een dikke buis. En de ‘kuip’ maar liefst 300 meter lang, 10 meter breed en in het midden 50 centimeter diep, aldus melkveehouder Eric den Bruinen uit Zetten.
„Zoals je ziet, liggen er vijf van zulke geulen naast elkaar. Ze staan vol met water, soms lopen ze zelfs over.”
Open en weids
Nu het weidevogelseizoen weer begint, plaatst hij samen met vrijwilligers Cees Akkerman uit Randwijk en Piet Wiltink uit Indoornik de pompen terug. Die zorgen voor ondiepe, natte stroken waar vogels voedsel vinden en veilig kunnen broeden.
Het is er modderig, zelfs drassig, en dat is precies de bedoeling. „Vooral die oeverranden zijn goud waard”, aldus Akkerman. „Daar pikken vogels wormen en insecten uit de grond. En het is hier open en weids: roofdieren als de havik en kiekendief kunnen zich nergens verschuilen.”
De nabijgelegen snelweg vormt volgens hem geen belemmering. „We hebben geen aanwijzingen dat het verkeer stoort.”
Broodnodig
Volgens Wiltink zijn plekken als deze broodnodig. „Als we dit níet doen, is het hier met de grutto binnen een paar jaar gedaan.”
Ook andere weidevogels staan onder druk, in heel Nederland, mede door de afname van insecten. „Het gaat allereerst niet om steeds meer vogels krijgen, maar om de populaties op peil houden. Als dát lukt, mag je al blij zijn.”
‘Het trok me juist aan’
Den Bruinen kocht het perceel van 5 hectare in 2022 van een stoppende boer. De ‘plasdras’ lag er toen al. Schrok hem dat af? „Integendeel”, zegt hij. „Het trok me juist aan.”
Dat zit zo: het natuurperceel helpt hem te voldoen aan de eisen van het keurmerk On the Way to PlanetProof. „Voor het perceel krijg ik als deelnemer aan het Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer (ANLb)) een beheervergoeding. En via het keurmerk een hogere melkprijs. Dat is dus een mooie stapeling.”
Daar staat wel wat tegenover. De opbrengst ligt op ongeveer een derde van normaal en het gras is van mindere kwaliteit – vooral geschikt voor jongvee. Bovendien mag hij pas maaien nadat de vogelnesten zijn uitgekomen. „Je gaat dit dus niet op je beste grond doen, dat kun je je niet permitteren. Ik ben geen liefdadigheidsinstelling, ik moet er wel mee uitkomen.”

Ik ben geen liefdadigheidsinstelling, ik moet er wel mee uitkomen
Eric den Bruinen, Eigenaar perceel
Consument stuurt aan
Het mooiste van het concept vindt hij dat de consument hem als het ware ‘aanstuurt’. „Ik heb er wel eens moeite mee als mensen van alles roepen over hoe boeren het moeten doen, maar zelf wél het goedkoopste pak melk kopen. Door PlanetProof te kiezen, steun je een project als dit direct.”
„Vroeger was het ondenkbaar om je land onder water te zetten. Maar de wereld verandert en wij veranderen mee.” Ook op andere percelen houdt hij rekening met weidevogels. „Ik maai bewuster om nesten heen. Daar krijg je gevoel voor.”
Pompen en quad
‘Plasdras’ betekent in de praktijk pompen installeren die met zonne-energie water uit omliggende sloten halen. Den Bruinen maait later dan gebruikelijk en onderhoudt het land. De vrijwilligers tellen de vogels en regelen het waterpeil. Soms lenen ze daarvoor de lichte quad van de boer om het land zo min mogelijk te beschadigen.
Of dat stiekem het leukste is aan de samenwerking? „Nou, de koffie van Eric smaakt óók goed”, aldus een lachende Akkerman. „We drinken regelmatig een bakje.”
En dan, zonder gekheid: „We zitten op één lijn. En dat is nodig om dit te kunnen doen. Wij passen ons hierbij aan de boer aan, omdat we gepensioneerd zijn en meer vrije tijd hebben. Zodat ook de samenwerking voor beide partijen duurzaam blijft.”

Boer Eric den Bruinen (links) en vrijwilligers Cees Akkerman (midden) en Piet Wiltink (rechts) zijn druk in de weer met de pompen. © Gerard Burgers
Turen naar weidevogels met verrekijkers
Tussen 1 maart en 1 juli blijft het perceel gesloten. „Dan kijken we vanaf de weg met verrekijkers, behalve als er écht iets mis is met de pompen”, zegt Wiltink. Ook Den Bruinen komt zijn land in die maanden niet op. „Ik heb een extra hek geplaatst, zodat nieuwsgierige wandelaars weten: hier mag je nu niet komen. De vogels hebben rust nodig.”
En als het broedseizoen erop zit, gaat de grote ‘stop’ die het water tegenhoudt er weer uit. Dan gaat het razendsnel. Wiltink: „Binnen één dag is het water weer helemaal weggezakt in de sloot.”
De vogels vliegen daarna verder, vaak naar overwintergebieden ver in het zuiden, soms zelfs tot in West-Afrika. „Onze taak zit er dan weer op”, aldus Akkerman. „Maar het jaar daarop zijn ze gewoon weer welkom.” En dan komen ze vaak terug, voegt Wiltink toe. „De vogels hebben een soort kompas: als het ergens goed is, komen ze weer. De kunst is om dat vast te houden.”
Op gehoor
En dan spitst Akkerman zijn oren. „Een wulp”, zegt hij, zonder te kijken. Het drietal draait zich om, blikken omhoog gericht – en ja hoor – daar scheren ze over het land.
„Ook dat is leuk”, besluit Den Bruinen. „In tegenstelling tot de anderen ben ik geen echte vogelaar. Maar hoe meer je je erin verdiept, hoe meer je erover leert.”
Wie ook weidevogelvrijwilliger wil worden kan voor meer informatie terecht op:
weidevogelsoverbetuwe.weebly.com.
Meer van mijn verhalen lezen?
> terug naar overzichtVeens Verhalen 2026
Website door Tom Veens
