Verhalen
Lees hier één van mijn verhalen
De Gelderlander
Emmy Drop-Menko (88) mag gaan logeren, zegt haar moeder als ze vier jaar oud is. De volgende dag haalt een vreemde meneer haar op. Ze blijkt als Joods meisje onder te moeten duiken en ziet haar familie nooit meer terug. Nu doet ze haar verhaal om te waarschuwen.
Ze ziet dat moment nog voor zich: dat ze zich omdraait en nog één keer zwaait naar haar familie – vader, moeder, zus en broer – achter het raam. Ze is dan vier jaar oud.
„’s Nachts was ik wakker geworden en had mama gezegd: morgen mag je gaan logeren. ’s Ochtends kreeg ik een koffer en moest ik mee met een meneer.”
Het zou de laatste keer zijn, dat ze haar familie zou zien.
Plots moet het gezin sterren dragen
Herinneringen aan haar vroege jeugd in Amersfoort – vóór de oorlog – heeft ze zeker nog. Een warm huishouden, de van-alles-winkel van haar vader, bakken met haar moeder in de keuken en dier vingers aflikken.
Haar zus Truus – 11 jaar ouder – gaat naar school. Haar broer Sieg – zes jaar ouder – is altijd thuis. Hij is aan bed gebonden, door een infectie aan zijn been. Een zus van haar moeder, tante Annie, woont er ook. „Zij zat urenlang achter de piano.”

Ik was een kwebbel én ontzettend blond. Geen zogenaamd ‘typisch’ Joods uiterlijk dus. Ze zagen denk ik meer kansen voor mij als ik werd opgenomen in een ander gezin.
Emmy Drop-Menko
Het gezin is Joods. En mag dus – wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt – plots niet meer naar het park, niet meer naar het zwembad, niet meer met de trein en niet meer naar de film. Ze moeten sterren dragen.

Emmy met haar zus Truus (links) en broer Sieg © Herman Stöver
‘Ik had geen zogenaamd ‘typisch’ Joods uiterlijk’
En dan komen de brieven. Waarin Joden opgeroepen worden om te werken in Duitsland. „Mijn ouders dachten: dit moeten we voorkomen.”
Ze duiken onder. Emmy gaat als eerste. „Ik was een kwebbel én ontzettend blond. Geen zogenaamd ‘typisch’ Joods uiterlijk dus. Ze zagen denk ik meer kansen voor mij als ik werd opgenomen in een ander gezin.”
Na een paar maanden op wisselende adressen belandt ze in Arnhem, waar tante Annie inmiddels in het verzet zit. „Toen ik haar zag dacht ik: eindelijk ga ik weer naar papa en mama.”
Maar dat is niet zo. Annie brengt Emmy naar een nieuw onderduikadres, bij Bep en Jan Janssen aan de Rozendaalseweg. Twee twintigers die haar ‘nieuwe ouders’ zouden worden.
Met gevaar voor eigen leven
Na een paar miskramen – en een grote kinderwens – zei huisarts dokter Broeker, die veel Joden hielp hen: ‘ik heb een kind voor jullie, ze is Joods en heeft een plek nodig’.

Mijn pleegmoeder had medelijden met mijn moeder en liet een foto van me maken, voor haar.
Emmy Drop-Menko
Het stel voedt haar op als hun eigen kind. Familie en vrienden vertellen ze dat Emmy een wees is uit Rotterdam, die haar ouders bij het bombardement verloor.
’s Nachts sluipt Emmy’s moeder, inmiddels met het gezin ook ondergedoken in Arnhem, meerdere keren naar haar dochter om haar te zien slapen. „Met gevaar voor eigen leven, tijdens spertijd. Ze heeft me nooit gewekt. Mijn pleegmoeder had medelijden en liet een foto van me maken, voor haar.”
Betrapt door een NSB’er
Later zit de rest van het gezin Menko in Varsseveld. Ondergedoken op de zolder van een boerderij, met z’n zevenen. „Op een dag zei de boerin: jullie zitten daar zo benauwd, kom beneden toch eens koffie drinken.”
Uitgerekend op dat moment betrapt een NSB’er hen. Al snel komen de Duitsers. De boerendochter van 12 krijgt een pistool tegen haar hoofd: ‘Wo sind die Juden?’. „Als ze zou zwijgen, zouden ze haar doodschieten en haar vader erbij. En dus wijst ze.”
Deportatie naar Westerbork volgt. Op 20 juli 1943 wordt het gezin afgevoerd naar vernietigingskamp Sobibor in Polen. Drie dagen later worden ze vergast.
Emmy weet daar als vijfjarige niets van.
Wéér weg
Maar als tante Annie een halfjaar later verraden en opgepakt wordt, komt Emmy opnieuw in gevaar. „Ze zou bij martelingen over mij kunnen vertellen. Dus moest ik wéér weg, ook al voelden de Janssens als mijn thuis. Dat was vreselijk.”
Na zes weken Vlaardingen mag ze terug. „Ik was zó blij om weer thuis te zijn.” Maar al snel volgt de evacuatie. Het pleeggezin vindt onderdak bij een boerderij in Slangenburg. „Maar toen we daar kwamen, zei de boer gelijk: ‘haar moet ik niet’, wijzend op mij. Hij had er waarschijnlijk lucht van gekregen dat ik Joods was.”

Zijn vrouw kon mij niet uitstaan, vond mij een rotkind. Het gevoel dat ik er niet mocht zijn, herhaalde zich.
Emmy Drop-Menko
En dus wordt Emmy weer gescheiden van haar pleeggezin en naar een locatie in Gaanderen gebracht, met vijftien andere Arnhemmers. Ze sliep er in een kast. „Dat vond ik niet erg. Wel dat ik wéér bij mijn moeder weg moest.”

Emmy Drop-Menko in haar woning in Arnhem © Herman Stöver
Zwaar getraumatiseerd
Na de bevrijding woont Emmy weer kort bij haar pleegouders. Er verschijnen in die periode pamfletten met namen van vermoorde mensen. Het grootste deel van Emmy’s familie blijkt dood. Tante Annie kwam op 28 januari 1944 om in Auschwitz.
Een tante die de Holocaust wél overleefde, komt Emmy halen. Met goede bedoelingen, de overgebleven familie wilde ze bijeen houden. „Maar ze was zelf zwaar getraumatiseerd, na jarenlang onderduiken met haar zoontje op een klein kamertje. Dat merkte je. Ze knuffelde je niet, ze kon het gewoon niet.”
Na vier jaar woont ze in bij een broer van haar vader. „Zijn vrouw kon mij niet uitstaan, vond mij een rotkind. Het gevoel dat ik er niet mocht zijn, herhaalde zich.”
Pas op haar achttiende keert Emmy terug naar haar pleegouders in Arnhem.
Liefde als redding
„Toen besloot ik: nu ga ik gelukkig worden”, blikt Emmy terug. Dat is uiteindelijk gelukt, vindt ze nu. „Ik kreeg een hele lieve man, Joop, en drie dochters.” Altijd zette ze thuis in op een fijn, hecht gezinsleven. „Een plek waar iedereen welkom was. Ik wilde zelf ook het warme bad zijn, omdat ik wist hoe ontzettend belangrijk dat is.”
Liefde bleek uiteindelijk haar eigen redding, stelt ze. „Je jeugd is zó bepalend. Ik heb – ondanks alle hectiek – in die eerste jaren veel liefde gekregen van beide moeders.”
Toen Bep op 56-jarige leeftijd overleed, was dat een enorme klap. „Zij was altijd mijn anker geweest. Elke keer dat ik weg moest, kwam ik uiteindelijk weer terug, bij haar. Sindsdien kan ik alleen nog maar slapen op pillen.”
Verlatingsangst
Over het verleden heeft Emmy ruim vijftig jaar niet gepraat. „Ik zag dat familieleden op latere leeftijd overvallen werden door psychoses en alles opnieuw doorleefden. Schreeuwden: ‘ze komen ons halen’, ervan overtuigd dat de Duitsers er weer waren.”

Het ergste was dat vreselijk eenzame gevoel van verlatingsangst. Telkens weer weg moeten. Je moeder missen.
Emmy Drop-Menko
„Tegen mij werd gezegd: jij was nog zó klein in de oorlog, wat weet je er nu van? Dus stopte ik het weg. Gelukkig zijn er nu organisaties als War Child die wél oog hebben voor het mentale welzijn van kinderen in en na oorlog.”
„Het ergste was dat vreselijk eenzame gevoel van verlatingsangst. Telkens weer weg moeten. Je moeder missen. Door de mensen om me heen heb ik de kracht weer teruggevonden. Maar zoveel kinderen in oorlogsgebieden hebben dat vangnet niet.”
Luikje dicht
Van haar Joodse achtergrond wil ze al die jaren ‘niets weten’. Tot ze in 1992, op haar 54ste, op een conferentie Het ondergedoken Kind van Joods Maatschappelijk Werk komt. De herkenning blijkt groot. „We hebben samen gelachen, gedanst, gehuild.”
Sindsdien omarmt ze haar Joodse identiteit. „Mijn dochters en kleinkinderen verdiepen zich er ook in. We vieren nu sommige Joodse feesten.”
De foto’s uit haar jeugd hangen nu in de hal. Iedere dag loopt ze erlangs. Bijzonder vindt ze dat één van haar kleindochters sprekend lijkt op haar biologische moeder. En dat één kleinzoon – zeker met bril – twee druppels water haar broer is.
Deze zomer bezochten haar dochters Sobibor. Zelf ging ze niet mee. „Ik wilde en kon het niet. Er blijft een luikje dat ik dicht wil houden.”

Op elke school is er wel een jongen of meisje dat gepest wordt, wordt buitengesloten. Dat machtsspel gebeurt ook in de volwassen wereld. Daar wil ik jullie voor waarschuwen.
Emmy Drop-Menko
‘Denk zelf na’
Liever vertelt ze nu haar verhaal in gastlessen op scholen. Bewust dáár. „Bij jonge mensen die voor het eerst naar de stembus gaan, kan ik het verschil hopelijk maken.”
Haar gastlessen in heel Nederland begint ze steevast met deze boodschap: „Op elke school is er wel een jongen of meisje dat gepest wordt, wordt buitengesloten. Dat machtsspel gebeurt ook in de volwassen wereld. Daar wil ik jullie voor waarschuwen.”
„Loop niet achter de eerste de beste man of vrouw met een grote bek aan. Denk zelf na. Anders blijft de geschiedenis zich herhalen.”

Emmy Drop-Menko bij het schilderij dat ze kocht op de conferentie van het Ondergedoken Kind. Het symboliseert zwijgen over trauma. © Herman Stöver
Meer van mijn verhalen lezen?
> terug naar overzichtVeens Verhalen 2026
Website door Tom Veens
