Verhalen
Lees hier één van mijn verhalen
De Gelderlander
De Ondernemer
Proeven van het ondernemerschap. Én van de talloze lekkernijen die hij met zijn moeder brouwt in de keuken. Hulhuizenaar Marijn de Bruijn is pas dertien, maar heeft met zijn bedrijf ‘Jammetje’ de smaak goed te pakken. Met producten uit eigen tuin en overschotten van de buren.
„Hallo, wij verkopen deze producten, heeft u misschien interesse?”
Afgelopen zomer sprak Marijn de Bruijn (13) deze zin honderden keren uit. Met een handkar vol jam, noten, aardbeien, eieren en honing trok hij langs de voortenten van Camping Waalstrand in Gendt. Vaak vergezeld door broer Timo (14), zusje Floor (11), zijn neefje of vrienden.
Oude handkar
Het begon twee jaar geleden, met een overschot aan pruimen uit de tuin. De familie besloot er jam van te maken en het aan de straat te verkopen. Al snel kwamen er ook walnoten en courgettes bij.
Hun producten kregen een plek in een meer dan honderd jaar oude handkar, die hun oudoom ooit nog had gebruikt. „Mijn opa heeft er fietsbanden onder gezet, zodat hij weer kon rijden”, vertelt Marijn trots.
Om extra reclame te maken voor zijn kraampje aan huis, wilde Marijn een folder neerleggen bij de camping zo’n 1,5 kilometer verderop. „Maar campingeigenaar Anciëlla zei: kom gewoon hier verkopen.”
„De eerste keer vond ik dat spannend”, geeft hij toe. „Daarna ging het vanzelf. Nu roep ik gewoon: goeiemorgen! En vaak komen de mensen dan zelf naar de kar toe.”
En als het op raakt? Dan vult hij gewoon weer aan. „Met een lege kar kan je niet verkopen”, grijnst de jonge inwoner van Hulhuizen, een buurtschap van Gendt. „Behalve als je de kar zelf wil verkopen.”

Marijn met zijn zusje op de camping in Gendt. © David van Haren
Geleerde lessen
Het venten leerde de jonge verkopers al veel lessen, aldus Marijn. Neem het contact met internationale klanten. „Er zitten ook Duitsers of Engelsen tussen. Timo kan beter Duits, ik heb pas één jaar les. Maar met gebaren lukt het ons wel”, zegt hij lachend.
Ook leerde hij het vervoer van de kar organiseren. Eerst sneuvelden er nog wel eens potjes jam of vielen aardbeien uit de kar. „Die aten we dan zelf op”, zegt hij. Inmiddels laden ze alles pas op de camping in, zodat niets kapot gaat.
Het meeste fruit telen en oogsten ze in eigen tuin: kersen, pruimen, bramen, peren, appels. Moeder Roelie kookt de jam en Marijn wast – met Timo en Floor – het fruit, verwijdert de pitten, steeltjes en kroontjes, reinigt de potjes en plakt etiketten.

De producten die Marijn verkoopt zijn allemaal lokaal. © David van Haren
Tassen vol
Dat alles vindt hij ‘gewoon leuk’. „Alleen jammer dat ik de jam nog niet zelf mag koken (wegens kokende vloeistoffen, red). Dat wil ik later nog leren. Gelukkig mag ik wél soms roeren.”
Ook buurtbewoners zijn inmiddels op de hoogte van zijn handel. Bij overschotten denken ze meteen aan hem. „Een achterbuurman had perziken over, een buurvrouw peren. Beter dat wij er jam van maken, dan dat zij het in de groencontainer gooien.”
Na een berichtje of belletje met ‘we hebben over’ mag Marijn komen plukken of rapen. Hij springt op de fiets en komt terug met tassen vol. Om het vervolgens weer te gebruiken voor de jams en gelei.
Eigen potje
Enkele producten koopt hij in. Zoals aardbeien van een teler uit Doornenburg en eieren van een zorgboerderij in Bemmel, als de exemplaren van eigen kippen op zijn. En dat betaalt hij zélf. „Uit mijn eigen potje.”
Dat vond hij eerst nog wel lastig. „Dan heb je geld gekregen en ben je het direct weer kwijt. Nu weet ik dat het erbij hoort. Als je wil verdienen, moet je ook uitgeven.”
Hoe het venten dit seizoen is gegaan? „Heel goed”, stelt hij. In euro’s omgerekend: toch wel een paar tientjes per zaterdag dat ze er stonden. „Als het mooi weer was tenminste. Wel altijd genoeg om er samen ijs van te kopen op de camping.”
Wat hij met de rest van de verdiensten gaat doen?. „Sparen.” En, bedenkt hij zich, nog meer investeren. „Volgend jaar weer heel veel citroenen en pakken suiker kopen. Die heb je nodig voor de jam.”
Apartere smaken
Dat het seizoen nu bijna voorbij is, vindt hij jammer. „Maar ik ga wel vast nadenken over volgend jaar. En we zijn nog niet helemaal klaar, want we moeten nog jam van de peren van de buurvrouw maken.”
Of dat een ‘simpele’ perenjam wordt, weet hij nog niet. „Soms doen we ook apartere smaken”, zegt hij glunderend. „Zoals tropical: kaki – mango – druiven. Maar die worden wel minder goed verkocht. Aardbei is toch nog de favoriet.”
Het einde van het seizoen maakt wel dat hij nu weer meer tijd heeft voor huiswerk. En ‘cashen’ doet hij nog steeds, voegt hij toe. „Want ik heb één uur in de week nog mijn krantenwijk, twee straten in Gendt.”

Marijn met zijn zusje op de camping © David van Haren
Voorraad
„Wil je trouwens een potje jam?”, besluit hij. „Welke smaak wil je? Noem maar een willekeurige fruitsoort op. We hebben voorraad genoeg in de kast. Dus de kans dat we hem hebben is héél groot.”
Bezoek Marijns eigen website www.jammetje.nl of zijn fruitkar aan huis, op de Doornenburgsestraat 26 in Gendt.
Meer van mijn verhalen lezen?
> terug naar overzichtVeens Verhalen 2026
Website door Tom Veens
