Verhalen
Lees hier één van mijn verhalen
IN HERINNERING
De Gelderlander
Avontuurlijk, inventief en stronteigenwijs. De Oosterhoutse Thijs van Woerkom voer zijn eigen koers. Het resulteerde in veel onderzoek, vreemde uitvindingen én zijn eigen jammerk Van Woerkom’s Confituren, toen de jamfabriek van zijn familie sloot. Nabestaanden vertellen zijn uitzonderlijke verhaal.
Hij wilde de Waal trotseren. Met een zelfgebouwd vlot. Hij was zo’n 10 jaar oud en had één doel voor ogen: de rivier oversteken, op naar het avontuur. Ook al stond het personeel van zijn vaders jamfabriek te roepen en gillen vanaf de dijk.
Dát was Thijs van Woerkom ten voeten uit, blikt broer Steven van Woerkom terug. Met een inventief karakter en een sterke hang naar avontuur. „Hij voer altijd zijn eigen koers.”
Niet aansturen
Op 19 oktober 1934 werd hij geboren, als tweede van uiteindelijk tien kinderen. Als officieel ‘Theo van Woerkom’ – zoals zijn vader – maar al snel wordt dat Thijs.
Hij is een telg van de bekende jamfabriek de BATO in Oosterhout, die zijn opa in 1868 was gestart en zich aan de huidige Van Woerkomstraat, midden in het dorp, bevond.
Vanwege een open rug kon Thijs veel sporten niet doen en onderging hij in zijn jeugd verschillende operaties. Wél leerde hij om hele einden op zijn handen te lopen.
Hij deed altijd dus al zijn eigen ding, aldus Steven. „Speelden we met het gezin een spelletje? Dan deed Thijs óf niet mee óf er was één iemand die het compleet anders deed dan de rest: dat was dan Thijs. Hij liet zich niet aansturen.”
Historisch onderzoek en uitvindingen
Al op de kostschool, net na de oorlog, blijkt: Thijs kan schrijven. Ga voor journalistiek, adviseert de meester. En dus bezoekt hij de hoofdredacteur van De Gelderlander in Elst. Maar gymnasium bleek een vereiste voor de baan. En dat had hij niet.
In de jaren daarna stort hij zich op allerlei beroepen en functies, zoals de gemeentepolitiek, waarbij hij zich buigt over het samenvoegen van de katholieke en openbare school in Oosterhout. Op eigen houtje doet hij daarnaast historisch onderzoek en uitvindingen.
Van veiligheidsbanden tot medicinale honing en fop-cols, je kan het zo gek niet bedenken, of Thijs begint eraan. Genoeg ideeën mislukken, maar dat weerhoudt hem er niet van om te blijven testen en experimenteren.
Terugkeren in ‘zijn’ Oosterhout
De jam, waarmee hij opgroeide, blijft een rode draad in zijn leven. Voor de BATO doet hij de correspondentie en maakt hij verre reizen door heel Europa.
Maar altijd keert hij terug in ‘zijn’ Oosterhout, waar hij geniet van de lokale contacten en regelmatig op de bühne staat – zoals elke carnaval als buutreedner, waarin hij excelleerde in het imiteren van dorpsgenoten. „Met je ogen dicht leek het net alsof je die andere persoon hoorde”, aldus Steven.
‘Prutsen op zijn plekje’
Oosterhout is ook de plek waar hij trouwt met geliefde Greet – die hij kende van een Nijmeegse dansavond – en dochter Guusje krijgt.
Omdat hij niet de oudste is, neemt uiteindelijk niet hij maar broer Jan het bedrijf over van zijn vader. Dat staat Thijs tegen. Toch blijft hij er ‘prutsen op zijn eigen plekje’.
Zelfs als de fabriek in 1975 definitief sluit – na de oorlog kromp de jamhandel ineen – blijft Thijs gefixeerd op het product. Thuis gaat hij in de weer met pannen en ketels, met ‘pruume uut de bongerd’. „Het bloed kroop toch waar het niet gaan kon”, aldus dochter Guusje van Woerkom.
Damestoilet
Hij brouwt jams en hij doet iets wat eerder in de fabriek uitgesloten was: aparte combinaties maken, met kersen, sinaasappels en bessen. Tot hij unieke smaken creëert.
In de oude fabriekshal van de BATO – gesloten maar nog niet gesloopt – bouwt hij dat verder uit. In het damestoilet nota bene, de enige locatie in het gebouw waar nog betegeling lag. „Om de hygiëne te kunnen waarborgen”, duidt familielid Jan-Willem Berns.
Het leidt tot de succesvolle onderneming Van Woerkom’s Confituren. Inventief bleef hij – op de werkvloer noemden ze hem Ti-ta-tover-Thijs – want hij bedenkt telkens weer nieuwe machines, bijvoorbeeld om de weckpotten mee te steriliseren.
Don Quichot
Het schrijven is Thijs altijd blijven doen. Hij dook in de lokale geschiedenis – van de Romeinen tot de Tweede Wereldoorlog – wat resulteerde in diverse publicaties.
Ook bracht hij boeken uit over het Betuwse dialect, dat hij met veel nieuwsgierigheid bestudeerde sinds kinds af aan, met zijn vriendje Theo Degen op het schoolplein. ‘Die praatte zo plat als een dubbeltje, ik vond dat mooi’, zei hij er later zelf nog over.
De woorden van Theo, maar ook van de medewerkers van de jamfabriek en dorpsgenoten, verzamelde hij, net zolang tot zijn ‘Betuws buukske’ – een woordenboek vol typische Betuwse uitspraken – er lag.
Ook in zijn latere leven bleef hij de pen hanteren, niet bang om kritisch te zijn op de gevestigde orde. Hij zond brieven in en schreef professoren aan, of het nu om de Betuweroute ging of het Bombardement van Nijmegen. „Als iets volgens hem niet klopte, moest hij dat als een soort Don Quichot aanvechten”, aldus Steven.
Laatste krabbels
De afgelopen jaren bleef Thijs teksten doorspitten en informatie vergaren, in zijn kleine aanleunwoning barstenvol boeken bij het huis van Guusje. ‘Ik haal het niet’, zei hij deze zomer over de naderende geboorte van zijn eerste achterkleinkind. Hij voelde dat hij zwakker werd en las veel over leven na de dood.
Thijs was al sinds 1992 weduwnaar. Op de verjaardag van zijn geliefde Greet, op 3 augustus 2025, laat hij het leven, in zijn slaap. Op de avond voor zijn overlijden zette hij nog zijn laatste krabbels in het fotoboek van de familie. „In de kanttekening, met kleine lettertjes. Echt op z’n Thijs”, aldus Guusje.
Thijs’ machines
Thijs werd negentig jaar. De geboorte van achterkleinkind Lina Noué heeft hij op vijf dagen na niet mee mogen maken. Wat resteert zijn de verhalen, die hij zelf schreef en die mensen over hem kennen.
En de etiketten van Van Woerkom’s Confituren, die blijven herinneren aan deze Betuwse icoon en zijn familie. Guusje en haar zakenpartner Marcel namen het bedrijf in 2002 van hem over en breidden het uit: zij met haar creatieve geest, hij met zijn zakelijk instinct. Thijs’ machines – precies zoals hij ze destijds ontwierp – gebruiken ze nu nog.
Meer van mijn verhalen lezen?
> terug naar overzichtVeens Verhalen 2026
Website door Tom Veens




