Verhalen
Lees hier één van mijn verhalen
De Gelderlander
Ze noemen zichzelf de ‘oude taaien’. Wie ze ziet, begrijpt waarom. Bij het fruitbedrijf van Thomas de Vree en zijn vrouw Gerrie in Dodewaard draaien plukkers in de zeventig en tachtig gewoon mee. Hun hulp blijkt nu meer dan welkom. „Van thuis stilzitten word je pas écht oud.”
Het zou als een mop kunnen beginnen. Wat doen een gepensioneerde ambtenaar, bakker, juwelier, laboratoriummedewerker en pedicure samen in één boomgaard?
Het antwoord: peren plukken. Een heleboel. Maandag begonnen ze eraan.
De Gelderlander treft ze op de klapstoeltjes tussen de bomen, met een waterijsje. Ze hebben pauze. En maar heel even de tijd. Want deze plukkers op leeftijd zijn straks de eersten die weer opstaan, weet ook de rest van de ploeg.
Vlieguren
Theo Lamers (82) uit Zetten ‘loopt al het langst’ bij De Vree: al dik veertig jaar pakt hij elke pluk mee. Zelfs toen hij nog werkte als ambtenaar, stond hij in zijn vrije tijd in de boomgaard. „En dat was vroeger nog gewoon op hoogstam.”
Na al die jaren hoeft niemand hem meer uit te leggen hoe je een peer plukt. Lamers demonstreert het even met zijn hand. Niet lukraak trekken, maar eerst iets omhoog drukken. „Anders knakt het steeltje. En dat moet intact zijn voor de verkoop.”
Dat is het voordeel van hun vele vlieguren, vinden de senioren zelf. „Wij weten hoe het moet, letten op dingen die jongelui minder snel zien.” Soms ligt het tempo lager, maar ‘gemiddeld genomen plukken ze alsnog flink door’, stelt ook Gerrie de Vree.
Alle handen nodig
Dat moet ook. In slechts drie weken moet er maar liefst 800.000 kilo peren van de bomen.
Hagelschade bleef het bedrijf bespaard en ook de droogte had geen grote impact, vertelt Thomas de Vree. „Hooguit zijn de peertjes wat kleiner. We hebben continu beregend, dat heeft geholpen. Waar de installatie stuk was, zie je verschil.”
Nu kunnen ze alle handjes gebruiken, vervolgt hij. „Het is niet meer zoals vroeger, toen huisvrouwen nog hielpen. Die hebben inmiddels ook banen.”
Ook buitenlandse krachten zijn steeds moeilijker te vinden, merkt hij. De ‘oude taaien’, goed voor 8 van de 26 plukkers, zijn daarom een welkome aanvulling op de seizoenskrachten uit Roemenië, Hongarije, Polen en Oekraïne.
Retrocamper
Elly Euser (78) reisde er een stuk voor: ze kwam met haar retrocamper vanuit Ouddorp in Zuid-Holland, 140 kilometer van Dodewaard. Doordeweeks verblijft ze bij de boomgaard, in het weekend rijdt ze naar huis.
„Ik las drie jaar geleden een advertentie en zag het gelijk zitten.” Al twijfelde ze over haar leeftijd. „Eerst dacht ik: ik zeg maar niet hoe oud ik ben.” Toen de vraag toch kwam, zei ze dat ze ‘in de zeventig’ was. „Klonk toch beter dan 75.”
Ze mocht komen en keert sindsdien elk jaar terug. „Ik heb nóg meer respect voor de ondernemers gekregen. Dan zit ik ’s avonds in de camper en zie ik ze in het donker nog bezig met heftrucks en trekkers. Voor de buitenlandse krachten regelen ze ook nog verblijf. Het gaat maar door…”

Eerst dacht ik: ik zeg maar niet hoe oud ik ben
Elly Euser (78)
Opnieuw solliciteren
Ook ‘jonkie’ Gerard van Millingen (70) komt van ver: uit Uddel. Drie keer per week stapt hij in de auto. „Half zes vertrekken, half zeven weer thuis.” Lange dagen dus. „Heb ik ervoor over. Beter dan thuis koffie zetten, stofzuigen en zitten.”
Want van stilzitten word je pas écht oud, concludeert hij.
„Dit is veel beter dan het bejaardentehuis, hoor”, valt Annie Peters (79) hem bij. Zij komt op de fiets vanuit het dorp en is ook een vaste kracht. Vorig jaar ‘zat ze binnen’, bekent ze. „Ik moest mijn fietstochtjes en uitjes elke zomer afzeggen, het was klaar met plukken. Dácht ik.”
Maar ze miste het zó dat ze dit jaar ‘opnieuw solliciteerde’. En ja hoor, ‘ze werd weer aangenomen’. Gerrie de Vree lachend: „We misten háár ook, met die glimmende blauwe pretoogjes.”
Proefdag
Nee, voor het geld doen ze het niet, dat moge duidelijk zijn. Van Millingen: „Geld kan ik ook ergens anders vandaan halen, dichter bij huis.”
Anton Vaandering (80) uit Opheusden – die volgens zijn collega’s ‘voor vier plukt’ – ziet het eerder als vakantie dan als werk. „Ik pak elders ook de kersen mee en doe het hele seizoen door. Je bent buiten, helpt een ander en het wordt gewaardeerd. Kan niet mooier.”
Gerrie de Vree ziet wat het werk voor de senioren betekent. „Dat gun je iedereen. Zelf wil je ook nog meetellen als je ouder wordt.” Natuurlijk, er is wel een proefdag om te kijken of het voor beide partijen werkt. Bij scootmobiels moeten de telers een grens trekken (‘toch echt niet praktisch’) en wie flink doof is, kan beter niet meer op de trekker rijden (‘dan kukelt er nog iemand af’).
Maar verder: „Het zijn mensen. Die kunnen plukken. En ervan genieten als geen ander.”
En dan zit de pauze erop. De ‘oude taaien’ stuiven weer overeind. Genoeg getreuzeld en gekletst. Er moeten nog een paar honderdduizend kilo peren de kisten in.

Anton Vaandering (80) werkt volgens zijn collega’s ‘voor tien’ © Gert Janssen
Meer van mijn verhalen lezen?
> terug naar overzichtVeens Verhalen 2026
Website door Tom Veens
