Verhalen
Lees hier één van mijn verhalen
De Gelderlander
November is dé wildmaand in Nederland: overal bieden restaurants speciale menu’s met hert of zwijn aan. Natuurorganisatie ARK Rewilding is daar niet blij mee. En roept met klem op kadavers in natuurgebieden juist te laten liggen.
Tussen de pijpenstrootjes en het struikhei van Nationaal Park Veluwezoom ligt een mannelijk hert met een schotwond. Melanie Pekel, ecoloog bij ARK Rewilding Nederland, buigt zich over het dode dier. ,,Dit is één van de 1500 edelherten die dit jaar in het kader van wildbeheer worden afgeschoten.”
Ideaal voor op het bord, zou je denken. Het dier heeft in de natuur geleefd en het vlees is goed. In de maand november is koken met wild razend populair en verschijnen wildgerechten veelvuldig op lunch- en dinerkaarten. En toch vinden ze dat bij ARK geen goed idee. ,,Laat die geschoten dieren liever liggen”, stelt Pekel. ,,De Veluwe heeft deze zelf broodnodig.”
Momenteel wordt 60 procent van het afgeschoten wild weggehaald en belandt het in de supermarkten of in restaurants: 40 procent van het afschot blijft liggen op de Veluwe. En dat percentage moet omhoog, vinden ze bij ARK.
De Veluwe als zieke patiënt
Waarom is de Veluwe erbij gebaat als we dode dieren laten liggen? Om dat te begrijpen, moeten we volgens Pekel eerst kijken naar de toestand van het natuurgebied. ,,Je zou de Veluwe kunnen zien als een zieke patiënt die haar voedingsstoffen zelf hard nodig heeft. De verschijnselen van die ziekte worden steeds zichtbaarder.”
Zo duidt de overvloed aan pijpenstrootjes op een verzuurde bodem, een gevolg van het neerdalen van stikstof. ,,Stikstof zorgt ervoor dat mineralen veel minder beschikbaar zijn voor planten en dieren. Niet alleen hier, maar over de gehele Veluwe. Terwijl mineralen net als voor mensen essentiële bouwstoffen zijn voor planten en dieren.

Kadavers als deze geven de Veluwe een kans zich te herpakken. Laten we haar die niet ontnemen
,,Door een mineralentekort bevatten bladeren onder andere steeds minder calcium, fosfor en magnesium. Dieren, die afhankelijk zijn van planten, krijgen dan vanzelf minder stoffen binnen. Denk aan het schrijnende beeld van mezenjongen die door kalkarmoede al met gebroken pootjes in het nest liggen. En dat is maar één van de vele voorbeelden.”
Kadavers als mineralenhotspot
Zijn er manieren om dit mineralentekort tegen te gaan? ,,Ja” stelt Pekel volmondig. Ze neemt het hert dat voor haar ligt als voorbeeld. ,,Hier op de Veluwezoom laat Natuurmonumenten al het afschot liggen. Dat is een goed begin.
,,Een dood hert is namelijk een mineralenhotspot. Allereerst zien we dat op plekken waar kadavers gelegen hebben de bodem zo’n vijf keer rijker is aan voedingsstoffen. Als je komend voorjaar op exact deze plek gaat kijken, zullen de plantjes de grond uit brullen.
,,Het vlees geeft de biodiversiteit bovendien een enorme boost.” Pekel somt een waslijst op aan dieren die baat hebben bij het kadaver. ,,We zien dat roofvogels als buizerds en de steenuil erop afkomen. Maar ook andere aaseters als boommarters, zwijnen en vossen. Laat staan alle insecten die zich tegoed doen aan zo’n dier, of er zelfs afhankelijk van zijn, zoals kevers die hun eitjes in het kadaver leggen. Op die insecten komen vervolgens óók weer dieren af.”

Als wij mensen het vlees eten, komen de waardevolle voedingsstoffen via de wc in het riool terecht
Voedingsstoffen belanden in het riool
Pekel zegt dat kadavers een ‘enorme meerwaarde’ voor de Veluwe hebben. ,,Dit is waar ze horen, ook als ze sterven. Door dieren na hun dood mee te nemen, doorbreek je de kringloop. Als wij mensen het vlees eten, komen de waardevolle voedingsstoffen via de wc in het riool terecht. Niet op de Veluwe zelf. Aaseters zullen de resten van dode dieren juist in kleine beetjes verstoppen of uitpoepen in het gebied. Zo worden de mineralen behouden en verspreid door het landschap.”
De provincie Gelderland geeft ontheffingen af voor het afschieten van wild. Maar ze heeft geen oordeel over de vraag of het beter is de gedode dieren te laten liggen of af te voeren naar restaurants en poeliers. Dat moeten de grondeigenaren zelf weten. ,,Wij nemen daar verder geen standpunt over in”, aldus een woordvoerder.
De Veluwe van morgen
Pekel stelt dat we de functie van de dood mee moeten nemen in keuzes over kadavers. ,,We zijn gefixeerd geraakt op aantallen en doelstellingen. Laten we nu eens gaan kijken naar het grotere geheel en wat er daadwerkelijk gebeurt in een gebied. Van vroeger uit is de insteek geweest: ‘dood dier, weg ermee’. Er heerste ook de angst dat dode beesten voor ziektes zorgen. Inmiddels weten we dat aaseters er juist toe bijdragen dat zieke en dode dieren snel worden opgeruimd.”
Pekel werpt nog een laatste blik op het hert. ,,De dood van het ene dier maakt simpelweg dat het andere overleeft” concludeert ze. ,,Kadavers als deze geven de Veluwe een kans zich te herpakken. Laten we haar die niet ontnemen.”
Meer van mijn verhalen lezen?
> terug naar overzichtVeens Verhalen 2026
Website door Tom Veens

