Verhalen
Lees hier één van mijn verhalen
De Gelderlander
Het is monnikenwerk, maar ze doet het maar al te graag. Wivien van Berkel uit Rheden is 98 jaar en maakte liefst 2200 unieke presentjes voor personeel in de zorg. Samen met man Theo bezorgde ze deze op ziekenhuisafdelingen in heel Gelderland. Om een bijzondere reden.
Wivien van Berkel zit voorovergebogen aan haar tekentafel. Tussen de tientallen potjes verf en penselen. Met vaste hand – ‘ik tril gelukkig niet’ – zet ze haar stippen en lijnen vlot neer op notitieboekjes. Tot er vanzelf een bloempatroon ontstaat. ,,Ik doe maar wat, zonder vooropgezet plan. Geen één is hetzelfde.”
Haar huis in Rheden is net een museumpje. Naast verzamelde tierelantijntjes uit vervlogen tijden hangen ook haar eigen kunstwerken aan de muur. Schilderen deed ze namelijk al toen ze nog secretaresse was. ,,Wat kan ik zeggen? Het is een gave en daar moet je gebruik van maken.”
Hartpatiënt
‘Gebruik maken’ is nog zacht uitgedrukt: de afgelopen jaren beschilderde Wivien 2200 notitieboekjes. Het zijn geschenkjes voor zorgpersoneel van IC-afdelingen in Gelderse ziekenhuizen. ,,Radboud, CWZ, Slingeland, Tiel, Harderwijk, Zwolle, Enschede en Almelo”, somt ze op. ,,En bij Rijnstate en Apeldoorn niet alleen voor de IC, maar ook voor de spoedeisende hulp.”
,,Die waardering voor de zorg zit er diep in bij mij”, geeft ze als verklaring. ,,Zelf ben ik al lang hartpatiënt. In 1986 dreigde ik zelfs een hartinfarct te krijgen en moest ik geopereerd worden. Ik dacht: als dit mijn dood wordt, is het gelukkig een zachte. Maar ik heb het gered, zoals je ziet.”
,,In 2017 hebben ze me in het Radboud ook nog een nieuwe hartklep gegeven. Mijn eigen hartklep was vernauwd en zou me anders fataal zijn geworden. Zonder zorgpersoneel had ik hier nu niet meer gezeten.”
Gevoelsmens
Het maakt dat ze, vooral sinds coronatijd, extra meeleeft met het zorgpersoneel. ,,In die periode las je elke dag in de krant over de sterfgevallen. De nood was zó hoog. En ik ben een gevoelsmens, dat grijpt me enorm aan.”
,,Je kunt het je bijna niet voorstellen: elke dag aan die bedden staan, in de weer zijn voor zieke mensen en dan ook nog afscheid moeten nemen van patiënten die overlijden. Ik krijg er nog de rillingen van. Dat is fysiek zwaar, maar wat doet het mentaal met je? De verpleegkundigen en artsen kregen het enorm voor hun kiezen.”
Om die reden wil Wivien wat terugdoen. ,,In eerste instantie gaf ik één beschilderd boekje aan een verpleegkundige van het Rijnstate”, vertelt ze. ,,Zij kwam mij er persoonlijk voor bedanken, dus vroeg ik: hoeveel mensen werken er op de IC? Tachtig, zei ze. Nou, beloof ze alle tachtig dan maar een boekje, zei ik. Als ze even geduld hebben.”

Wivien van Berkel uit Rheden (98) beschildert notitieboekjes. Bijzondere geschenkjes voor het zorgpersoneel in de ziekenhuizen. inzet : zorgboekje © Rolf Hensel
Handlanger
Sinds die actie heeft Wivien de smaak te pakken. Al doet ze het samen mét man Theo, benadrukt ze. ,,Ik ben haar handlanger”, zegt Theo lachend. Wivien: ,,En mijn jonge duif, want hij is pas 94.”
Theo schrijft brieven naar ziekenhuizen en verzorgt de verdere correspondentie. ,,Gelukkig maar”, aldus Wivien. ,,Als ik dat ook nog zou moeten doen, kom ik niet aan schilderen toe.”
,,In onze brieven vragen we eerst of de ziekenhuizen de boekjes wel willen”, licht Theo toe. ,,Bij positief tegenbericht gaat Wivien aan de slag.” Ook de aanschaf van boekjes, ‘gewoon bij de Action’, en de bezorging ervan neemt het echtpaar op zich. ,,Wel met wat hulp van familie en vrienden.”
Spoedeisende hulp
Niet lang geleden dacht Wivien dat ze haar laatste ronde boekjes had gemaakt. „Het was na tien ziekenhuizen in vier jaar tijd wel klaar, dacht ik.” Maar toen belandde ze zelf op de spoedeisende hulp van Rijnstate, na een val in haar eigen huis. „Ik had een grote bult op mijn hoofd, dus moesten ze me daar controleren.”
Opnieuw ziet ze met eigen ogen hoe hard er gewerkt wordt. En terwijl ze zelf in het ziekenhuisbed ligt, heeft Theo alweer zijn zinnen op de boekjes gezet. ,,Ik was wat gaan drentelen op die afdeling en maakte hier en daar een praatje met verpleegkundigen”, aldus Theo. ,,En toen zei ik: ‘Mijn vrouw maakt boekjes, willen jullie die ook?”
,,Toen ik het hoorde dacht ik: daar gaan we weer”, zegt Wivien. ,,Niet dat ik het erg vind, hoor. Ik ben een doemens. Nietsdoen is niet aan mij besteed.”
Hemelpoort
Na de ‘vaste briefuitwisseling’ volgt het bericht dat er op de spoedeisende hulp meer dan tweehonderd mensen werken. ,,Ik schrok me rot!”, aldus Wivien. ,,Maar het houdt me niet tegen. Ik ging gelijk aan de bak en inmiddels zijn ze allemaal weer netjes afgeleverd. Het personeel was er dolblij mee. Ik krijg nu nog reacties. Daar doe ik het voor. Ik wil ze een hart onder de riem steken.”
Hoeveel tijd het haar kost per boekje, kan ze niet zeggen. ,,Ligt aan mijn humeur.” Vandaag is haar humeur goed, want intussen heeft ze er alweer met gemak een weggewerkt. ,,Zó, wéér eentje erbij”, stelt ze tevreden. ,,Nu drogen, daarna lakken, een week laten liggen, nog eens lakken en nóg een week liggen.”
Of ze – nu haar laatste grote klus erop zit – niet toe is aan wat anders? ,,Nee joh, ik wil er eigenlijk ook nog wat maken voor de thuiszorg. En voor de apotheek. De hemelpoort staat open, maar dood hoef ik nog niet. Ik heb nog veel te veel te doen.”
Meer van mijn verhalen lezen?
> terug naar overzichtVeens Verhalen 2026
Website door Tom Veens

