(On)gelukslaan 13 – Thea en Stan: ‘Het is zo voor ons weggelegd’

Het zijn de klaprozen naast de voordeur waardoor ik als eerst aanbelde bij nummer 13 op de Sleënburgsestraat. Voor de bewoners zijn dat trouwens niet zomaar bloemen, maar poppy’s. Oftewel: het Engelse herdenkingssymbool voor oorlogsslachtoffers. En dat niet zonder reden.

Dat Thea (56) en Stan (59) namelijk Airborne-fanaten zijn, valt bij binnenkomst namelijk niet te missen. Het bekende rood-met-blauwe logo doemt in hun woonkamer overal op, tezamen met oude spullen uit die tijd. ‘Wij houden van álles wat met Airborne te maken heeft’, verklaart Thea. Zelfs hun eigen zoons – Pat en Jim – zijn vernoemd naar een Engelse veteraan en diens broer. Daarmee raakten ze bevriend toen ze jaar in jaar uit als gids Engelse veteranen rondreden tijdens de herdenkingsweek.

Als we op de bank zitten, vertelt Stan me dat ze nog niet zolang in Zetten wonen: nu zo’n anderhalf jaar. En ik hoef de hamvraag nog niet te stellen of ik krijg hem al beantwoord: ‘13 is voor mij écht een geluksnummer’, stelt hij. ‘Hier zijn wij helemaal thuis.’

Het stel heeft roerige jaren gehad. In de 30 jaar dat ze getrouwd zijn is al veel de revue gepasseerd. Zo kreeg Stan, die tweewielersmonteur was, een zwaar auto-ongeluk. En kort na hun trouwen bleek hij de spierziekte dystrofie te hebben, waardoor werken voor hem sindsdien uitgesloten is.

‘Mijn hart en longen werken nog maar 60%. Als mijn batterij straks op is, is het gebeurd’, legt hij uit. Al 7 keer doorstond hij een hartinfarct. ‘Als het aan de artsen ligt zou ik alleen nog maar opstaan, mezelf wassen en op de bank liggen. Als ik wél ga sleutelen of in de tuin ga werken, scheelt me dat mogelijk een paar jaar. Maar dan ga ik liever een paar jaar eerder dood dan dat ik niks meer doe.’

Daarnaast liep hun oudste zoon Pat op 2-jarige leeftijd meningitis (hersenvliesontsteking) op. Op een verblijf bij veteranen in Engeland, bleek er een uitbraak van de zwaarste variant te zijn. Pat overleeft, maar heeft sindsdien onder andere epilepsie en een lichtverstandelijke en lichamelijke beperking.

Drie jaar geleden verloor Stan zijn moeder, die al jaren in een aanleunwoning bij het stel in Driel woonde. Thea trof haar na een hersenbloeding aan in haar keuken. De combinatie van alles maakt dat zij  – werkende als begeleider in de gehandicaptenzorg –  een burn-out kreeg. Inmiddels is ze daarvan hersteld, en volgt ze ‘ook nog even’ een BBL-opleiding tot verpleegkundige naast haar werk. ‘Maar als Stan me niet soms op de rem zet, ga ik maar door.’

‘Je zou kunnen stellen’, pols ik voorzichtig, ‘dat jullie best een portie ongeluk hebben gehad in jullie leven.’ Zo zien Thea en Stan dat zelf niet. ‘Ik denk dat het zo voor ons weggelegd is’, aldus Thea. ‘We hebben elkaar. Daar bouwen we op. Er voor elkaar zijn, elkaar accepteren en vrij laten.’

‘Dit is ons plekje waar we elke dag van genieten’, concludeert Stan over hun nummer-13-woning. ‘We wonen hier met Pat, die zo terugkomt van zijn dagbesteding bij Ouwehands Rhenen. Hij is gek op dieren en heeft het daar naar zijn zin. Onze andere zoon Jim woont nu ook in het dorp.’

‘Ik had de foto van dit huis gezien en was gelijk verkocht. Rond diezelfde tijd had Jim, die toen nog in Veenendaal woonde met zijn gezin, toevallig óók een huis in Zetten gevonden. Daardoor zien we onze kleindochter Léla nu ook veel vaker. Als dat geen geluk is? We gaan niet bij de pakken neerzitten, we kijken altijd weer vooruit. Mét elkaar.’